Samen naar de supermarkt,
Ik duw de kar met al m’n kracht.
Je koopt van alles en nog wat,
Want ja jij bent op koopjesjacht.

Samen zitten op het nest,
Het is een soort relatietest.
Het liefst gaf je me huisarrest,
Een typisch vrouwelijk manifest.

En je zei:

Jij doet wat ik zeg,
Anders ga ik bij je weg.
Jij alleen weet heg noch steg,
Je bent om niets al van de leg.

Nooit nee nooit, ben ik boos geweest op jou,
Ondanks wat jij mij aandeed hou ik heel erg veel van jou.
Nooit nee nooit, ben ik boos geweest op jou.
Ondanks wat jij me aandeed, hou ik nog steeds van jou.

Vaak jaag jij meteen,
M’n maandloon erdoorheen.
Ik blijf nauwelijks op de been,
Maar ja alleen is maar alleen.

Om alles wat ik doe zeur jij,
Ik word hiervan zo moe.
Klagen is tot daaraan toe,
Maar wat jij doet is taboe.

Je doet op mij vaak een appel,
Zet me vervolgens buitenspel.
Ze vinden ons een heel raar stel,
Dat weet ik zelf heus.

Nooit nee nooit, ben ik boos geweest op jou,
Ondanks wat jij mij aandeed hou ik heel erg veel van jou.
Nooit nee nooit, ben ik boos geweest op jou.
Ondanks wat jij me aandeed, hou ik nog steeds van jou.

Steeds weer stoor ik me aan jou,
Je wordt zelfs al wat grijs en grauw.
Je wordt er echt niet mooier op,
Eigenlijk zit je in het slob.

Nooit nee nooit, ben ik boos geweest op jou.
Ondanks wat jij me aandeed, hou ik nog steeds van jou.