Als de wereld slaapt,
De maan over ons waakt,
Kruip ik heel dicht naar je toe.
Onaantastbaar zacht,
Voelt een afstand tot m’n hart,
Terwijl ik dicht, heel dicht bij jou wil zijn.

Om m’n hart heb ik gebouwd,
Een hoge muur van steen.
Maar voorzichtig, heel voorzichtig,
klim jij daaroverheen.
Want je wilt zien wie ik ben,
Je wilt horen wat ik zeg,
Je wilt dat ik aan je wen.
Dat ik weet dat onze liefde,
Onze liefde is echt.

Als de wereld slaapt,
De stilte ons draagt,
Hoor ik het bonzen van m’n hart.
Onherkenbaar vaag,
Jaagt een twijfel gestaag,
Terwijl ik dicht, heel dicht bij jou wil zijn.

Om m’n hart heb ik gebouwd,
Een hoge muur van steen.
Maar voorzichtig, heel voorzichtig,
klim jij daaroverheen.
Want je wilt zien wie ik ben,
Je wilt horen wat ik zeg,
Je wilt dat ik aan je wen.
Dat ik weet dat onze liefde,
Onze liefde is echt.

Door angst was ik verblind,
Maar de liefde overwint.
Want je komt steeds dichterbij,
Steeds dichter bij mij.
Jij komt zo dichtbij,
Jij komt zo dichtbij,
Ja jij komt zo dichtbij.
Dat ik vanaf nu zing over wij.

Om m’n hart had ik gebouwd,
Een hoge muur van steen,
Maar voorzichtig, heel voorzichtig,
klom jij daaroverheen.
Want je wilde zien wie ik was,
Je wilt horen wat ik zei,
Nu ben jij aan mij gewend,
En dankzij jou weet ik wat liefde,
Weet ik wat echte liefde is.